De Slang op Sargasso

Voor het weblog Sargasso schrijf ik een serie artikelen over Nepnieuws. Dit is het eerste, waarin ik een poging doe om te achterhalen wat nu eigenlijk precies het probleem is.

Nepnieuws is niet nieuw; de verspreiding ervan wel doodeenvoudig

Nepnieuws is niets nieuws. Paus Franciscus haalde laatst de Slang uit Genesis aan, wiens woorden ervoor zorgden dat Adam en Eva uit het Paradijs werden gezet, om aan te geven dat zelfs het idyllische Eden, de mythologische kraamkamer van de mensheid, had al last van figuren die nepnieuws verspreidden . Een korte blik op de geschiedenis levert meer voorbeelden. De Perzische koning Darius liet op zijn graf graveren dat hij geen vriend was van de leugenaar . Om koning te worden moest Darius namelijk eerst een burgeroorlog voeren tegen een nepnieuwsverspreider, die beweerde de rechtmatige opvolger van de net overleden koning te zijn. Een ander bekend geval is de Spaans-Amerikaanse oorlog, die uitbrak nadat een Amerikaans oorlogsschip in Cuba was ontploft . Dit was hoogstwaarschijnlijk een ongeluk, maar de toenmalige pers, het zogenaamde “yellow journalism” , wist de Amerikaneren ervan te overtuigen dat het een Spaanse aanval was, die natuurlijk om een stevige militaire reactie vroeg. Ook in de 20e eeuw speelde nepnieuws een belangrijk rol. Hannah Arendt beschouwde het als instrumenteel in de opkomst van de nazi’s  . Op een of andere manier lijken er altijd mensen geweest te zijn, die onware informatie verspreidden om er zelf beter van te worden, met vaak desastreuze gevolgen voor de rest van de wereld.

Toch, onze maatschappij is weliswaar geen Edens Paradijs, maar we zijn in de afgelopen duizenden jaren ook niet ten onder gegaan aan propaganda en misleiding. En dat komt, omdat we allemaal dingen hebben bedacht en georganiseerd om kwalijke invloeden hiervan te minimaliseren. We hebben wetten voor smaad, laster, en misleidende reclame, we hebben gedragscodes voor journalisten, en dankzij de ontwikkeling van de wetenschap wordt het steeds makkelijker om nepnieuws te ontzenuwen. Echter, de laatste jaren lijkt nepnieuws aan een spectaculaire, nieuwe opmars bezig te zijn. Er worden zelfs termen als “post-truth” en “fact-free” gebruikt om ons huidige tijdperk te kenmerken. Waarom werken onze oude methoden niet meer ? Wat is er precies verandert sinds de tijd dat sluwe Slang zijn snode plannetjes smeedde ?

 

De Digitale Snelweg

 

Onze vriend Slang moet behoorlijk wat moeite doen om zijn nepnieuws aan de man te brengen. Het paradijs bevatte slechts 2 mensen, maar inmiddels hebben we toch enige bevolkingsgroei gehad. Slang zou die mensen allemaal een voor een moeten opzoeken. Het arme dier heeft niet eens pootjes; het zou hem dus behoorlijk wat inspanning hebben gekost. Vele kilometers kruipen zouden nodig zijn voordat Slang’s nepnieuws een bruikbaar aantal mensen zou hebben bereikt. Maar als ik nepnieuws zou willen verspreiden, dan hoef ik niet eens uit mijn stoel op te staan. Ik kan, in principe, met een paar muisklikken ongeveer iedereen bereiken die in Europa of de VS woont, en ook nog een aanzienlijk deel van de inwoners van andere continenten. Dat kan ik zelfs op heel veel manieren; Facebook, Twitter, e-mail, whatsapp, gab.ai, als ik iemand iets wil sturen heb ik een overvloed aan mogelijkheden tot mijn beschikking.

 

En er is nog een verschil. Als Slang iemand nepnieuws wil vertellen, dan moet hij op gehoorsafstand van die persoon komen. Je zal dus heel vaak kunnen zien dat Slang bezig is om zijn nepnieuws te verspreiden, simpelweg omdat je ziet dat hij met een bepaald persoon aan het praten is. Natuurlijk kan Slang zich een beetje verbergen in de bosjes, maar hij zal toch dingen moeten zeggen als hij nepnieuws wil verspreiden. Ookal zou hij zich verstoppen, mensen in de buurt zullen hem nog steeds kunnen horen. Verspreiding van nepnieuws is in het Paradijs een redelijk openbare aangelegenheid. Maar op internet hoeft dat helemaal niet. Sterker nog, op internet is het juist vrij moeilijk om te horen wat er aan iemand anders verteld wordt. Als ik Jantje een mailtje stuur, dan zal niemand behalve Jantje dat uberhaupt weten, laat staan dat mensen zouden kunnen weten wat er in dat mailtje staat. Als Jantje en ik in dezelfde, afgeschermde Facebookgroep zitten, dan zal onze conversatie alleen maar zichtbaar zijn voor de leden van die groep. Vooral voor de bestrijding van nepnieuws is dat een heel belangrijk verschil; als jij niet weet dat iemand nepnieuws heeft ontvangen, dan zal je ook niet gaan proberen om het te corrigeren. Erger nog … als die persoon iets met dat nepnieuws zal gaan doen, dan kan het best wel zijn dat je dat helemaal niet snapt, want jij weet niet wat hij weet. Er kan een enorme hoeveelheid nepnieuws verspreid worden zonder dat de mensen waarover het gaat het weten. Als je niet tot de doelgroep behoort, dan kom je er alleen maar mee in aanraking als je er actief en bewust naar zoekt, en als het niet afgeschermd is.

 

En we zijn er nog niet. Er is een reden, dat Slang met Eva is gaan praten. Niet iedereen is even vatbaar voor nepnieuws; Adam, bijvoorbeeld, vertrouwt Slang voor geen meter. Slang zal dus op zoek moeten gaan naar mensen die vatbaar zijn voor nepnieuws, als hij tenminste wil dat mensen het gaan geloven. Hij zal eerst voorzichtig een gesprek moeten aangaan, en met slimme vragen achterhalen wat voor gesprekspartner hij heeft. Dat kost allemaal verschrikkelijk veel tijd, en dan nog kan hij zich vergissen.  Echter, als ik een beetje geld te besteden heb, dan kan ik tegenwoordig precies die doelgroep bereiken die ik wil.

 

Gepersonaliseerd Nepnieuws

 

Als ik bijvoorbeeld lippenstift wil verkopen, dan kan Facebook ervoor zorgen dat mijn advertenties allemaal terechtkomen bij onzekere pubermeisjes. Of, stel, ik wil dat mijn favoriete kandidaat de verkiezingen wint. Wat ik tegenwoordig kan doen, is gebruik maken van vrij nauwkeurige, gedetailleerde peilingen. Dankzij internet is het heel erg makkelijk om opinie-onderzoek te doen, en dat kan je combineren met allemaal demografische en commerciele gegevens die Facebook en Google al jaren aan het verzamelen zijn . Dat stelt mij in staat om heel precies de mensen te identificeren die twijfelen, maar die ik zou kunnen overhalen. Ik zou bijvoorbeeld, ik noem maar wat willekeurige getallen, 100 000 dollar kunnen uitgeven voor 3000 advertenties . Elke advertentie kan ik specifiek richten op een bepaalde kiezersgroep in een bepaald gebied . Voor iemand uit een minderheidsgroep, bijvoorbeeld, kan ik een advertentie maken over de corruptie en onbetrouwbaarheid van hun kandidaat, om ze over te halen om niet te gaan stemmen. Voor iemand met xenofobische aanleg kan ik iets maken dat waarschuwt voor de enorme gevaren van immigratie, en iemand uit een lage sociaal-economische klasse kan ik vertellen dat  de Elite bezig is om ze arm te maken. Als ik dat allemaal een beetje slim doe, dan hoeft mijn kandidaat helemaal geen meerderheid te hebben; zelfs als hij 3 miljoen stemmen minder heeft kan hij nog winnen, omdat ik precies die kiezers heb overgehaald die hij nodig heeft voor zijn kiesmannen. En dit kan ik vrijwel ongemerkt doen.

 

Onze arme vriend Slang kan daar alleen maar van dromen. Eigenlijk is het een heel zielig wezentje. Natuurlijk, eventjes had hij zijn triomf; grijnzend feliciteerde hij zichzelf toen hij zag hoe Adam en Eva werden uitgezet. Maar daarna kwam God naar hem toe, en nam hij hem zijn pootjes af . Dat is waarom het arme beestje zo krampachtig moet kruipen. Vervolgens werd ook hij uit het Paradijs gezet, om de rest van zijn leven stof te eten. Ik denk niet, dat hij veel verkiezingen zal hebben gewonnen.

 

We created a monster …

 

Maar de intellectuele opvolgers van Slang wanen zich in onze tijd waarschijnlijk terug in het Paradijs. Want met internet en andere digitale technieken hebben we systemen geschapen, waarmee het verschrikkelijk eenvoudig is om redelijk ongemerkt grote groepen mensen van desinformatie of nepnieuws te voorzien, en ook nog eens precies de groepen die er vatbaar voor zijn. Als ik, nog niet zo lang geleden, nepnieuws zou willen verspreiden aan grote groepen, dan had ik daarvoor een uitgever, krant, of tv-zender nodig. Als ik het al te bont zou maken, dan zou het niet gepubliceerd of uitgezonden worden. Dat was ook niet perfect, maar het zorgde er wel voor dat de echte onzin eigenlijk altijd in hele kleine groepen bleef. En het zorgde ervoor, dat je als burger altijd iets kon doen als er echte leugens over je rondgingen; je kon gewoon het desbetreffende medium aanklagen. Op Internet werkt dat allemaal niet meer. Een anonieme Twitter-Bot kan je niet aanklagen, bijvoorbeeld. Maar ik kan er wel eentje bouwen zonder dat ik daar geld of toestemming voor nodig heb, en die kan ik meteen inzetten om allemaal laster over jou te verspreiden. En niet alleen ik, eigenlijk kan iedereen dat. En ik kan dat ook zo doen, dat jij er pas achter komt als er al een hele groep mensen overtuigd is van die laster, zodat het moeilijk wordt om er iets tegen te doen.

 

Dit is niet zo makkelijk op te lossen . Het probleem is, dat al deze dingen het gevolg zijn van precies die kenmerken die van Internet ook een bevrijdend en nuttig medium maken. Op zich is het niet zo mooi dat iedereen desinformatie kan verspreiden, maar dat komt omdat we een systeem hebben waarmee iedereen informatie kan verspreiden, en dat is een zeer waardevol iets, dat we niet zomaar moeten opgeven. Op zich, je zou natuurlijk het probleem simpelweg kunnen oplossen door alles te monitoren en alle ongewenste content te blokkeren. Dat is de Chinese oplossing, zeg maar, the Great Firewall. Maar ja … dat middel is eigenlijk erger dan de kwaal, en de vraag is of je uberhaupt een structuur als Internet volledig onder controle kunt krijgen. Het lijkt me in ieder geval niet de juiste oplossing, en volgens mij hoef ik dat hier niet verder te beargumenteren. Wat kunnen we wel doen ? Dat is wat we in de komende artikelen gaan bekijken.

 

Bronnen

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *